Even bellen met: Henriëtte Maassen van den Brink ‘Studenten en docenten moeten meer te zeggen krijgen over hun onderwijs’

Even bellen met 28-08-2015 | De interne en externe kwaliteitscontroles in het hoger onderwijs, verstoren de kwaliteitscultuur op opleidingsniveau, stelt de Onderwijsraad in een vandaag verschenen advies. Bestuurders en overheid moeten zich niet rechtstreeks bemoeien met het verbeteren van het onderwijs. “Het gaat ons vooral om het principe ‘schoenmaker, blijf bij je leest’”, zegt voorzitter Henriëtte Maassen van den Brink.

Hogescholen en universiteiten moeten goed onderwijs geven. Maar wat goed onderwijs is, daar verschillen de meningen over. Betekent het dat alle studenten binnen vier jaar hun diploma halen, dat ze in het buitenland extra vakken doen, of dat ze alleen maar achten halen? De afgelopen jaren bood de overheid te weinig ruimte voor verschillende visies, stelt de Onderwijsraad in het advies Kwaliteit in het hoger onderwijs. Evenwicht in ruimte, regels en rekenschap. Studenten en docenten moeten meer te zeggen krijgen over hun onderwijs en bestuurders en overheid moeten meedenken, in plaats van als strenge keurmeesters lijstjes afvinken.

Wat is er gaat er op dit moment mis?

“In het hoger onderwijs zie je dat iedereen zich op alle niveaus overal mee bemoeit. Wij zeggen vooral: houd je bij je eigen rol. Wat we blootleggen in het rapport is dat iedereen een ander begrip heeft van kwaliteit. Sommige besturen willen zoveel mogelijk Nobelprijswinnaars, andere willen vooral goede beroepskrachten opleiden. Maar wat is de kwaliteit van jouw opleiding? Op dat niveau moet het gebeuren, daar zitten de belangrijkste mensen. Op opleidingsniveau wil je meer invloed en meer betrokkenheid.”

Hoe regel je die betrokkenheid, via de medezeggenschap?

“Persoonlijk vind ik dat er te veel nadruk wordt gelegd op de medezeggenschap. Daar gaat het helemaal niet om. De opleidingscommissies en de examencommissies zijn veel belangrijker voor de kwaliteitscultuur. Op opleidingsniveau gebeurt het, daar worden de leergemeenschappen gecreëerd.”

De Tweede Kamer wil dat opleidingscommissies meer te zeggen krijgen.

“Dat legt de vinger wel op de zere plek inderdaad. Je moet kijken waar je invloed kan uitoefenen op de opleiding. Docenten weten wat er moet gebeuren en studenten weten hoe ze hun onderwijs ervaren. Daar geldt ook dat iedereen moet doen waar hij goed in is. Het is heel wonderlijk: ik ben al jaren hoogleraar en niemand heeft me ooit naar mijn onderwijsvisie gevraagd. Dat vindt men kennelijk niet zo belangrijk. Dat moet veranderen.”

Wat is de rol van de overheid in dit alles?

“Wij vinden dat de overheid vooral moeten kijken naar de doelmatigheid en naar de toegankelijkheid van het onderwijs. De overheid moet niet direct invloed willen uitoefenen op de kwaliteitscultuur of op de manier waarop een opleiding opgezet en ingevuld wordt.”

Met de prestatieafspraken lijkt dat wel steeds meer te gebeuren.

“Waar het om gaat is dat instellingen zelf heel duidelijk moeten maken wat hun strategische doelen zijn. Je moet op opleidingsniveau bezig zijn met de inhoud, dat moet niet gestandaardiseerd worden door het college van bestuur. Die weten nauwelijks wat er speelt in alle verschillende opleidingen. Daarom zien wij niet zo veel in het experiment met instellingsaccreditatie, waarmee minister Bussemaker wil starten.”

Wat is er niet goed aan?

“Het idee is dat universiteiten en hogescholen die een instellingsaccreditatie krijgen zelf prima in staat zijn om de kwaliteit van hun onderwijs in de gaten te houden. Opleidingen hoeven dan niet meer door externe deskundigen gekeurd te worden. Dat staat haaks op wat wij adviseren. Het onderwijs gaat nog eens ten onder aan pilotisering – dat woord heeft een collega van mij bedacht. Bovendien valt een dergelijk experiment onmogelijk te evalueren. Er zijn te veel variabelen. Dus wat weten we dan over vijf jaar? Op opleidingsniveau moet de kwaliteit worden gewaarborgd en verantwoording worden afgelegd en de instelling moet daarbij ondersteuning bieden. Dat betekent niet dat iedereen maar kan doen wat hij wil. Als je veel vertrouwen krijgt en veel autonomie, moet je je juist naar buiten toe erg goed verantwoorden.”

©HOP, Petra Vissers

Henriëtte Maassen van den Brink

Maassen van den brink

is sinds 1 januari 2015 voorzitter van de Onderwijsraad. Ze is hoogleraar onderwijs- en arbeidseconomie aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar Evidence Based Education aan de Universiteit van Maastricht. Haar deskundigheid en onderzoek liggen op het terrein van onderwijs, arbeidsmarkt en economische ontwikkeling. Verder is zij sinds 2008 wetenschappelijk coördinator van het TIER (Top Institute of Evidence Based Education Research).

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren